Feminisme is geen levensovertuiging volgens het College voor de Rechten van de Mens.

Feminisme is geen levensovertuiging volgens het College voor de Rechten van de Mens.

De uitspraak over discriminatie door de Stichting Hoogbegaafd, die mij weigerde als deelneemster van een openbaar symposium is binnen: het College is niet bevoegd om te beoordelen of verweerder verboden onderscheid heeft gemaakt jegens verzoeker.

“Op grond van wat verzoeker naar voren heeft gebracht, oordeelt het College dat verzoekers opvattingen niet kunnen worden gekwalificeerd als politieke gezindheid of levensovertuiging als bedoeld in de Awgb. Verzoeker kan daarom geen beroep doen op de bescherming van deze gronden. Nu de Awgb niet van toepassing is, is het College niet bevoegd om de klacht van verzoeker inhoudelijk te beoordelen.”

Dit is precies wat ik al voorspeld had, het was namelijk de enige uitweg voor het College om niet te hoeven zeggen dat ik inderdaad gediscrimineerd ben door de Stichting Hoogbegaafd op basis van mijn opvattingen. Dat ik een feministe ben voor wie de biologische werkelijkheid belangrijker is dan de fantasie van mensen dat ze van een ander geslacht zijn dan hun lichaam, is volgens het College geen opvatting die bescherming verdient in het publieke debat.

Het College heeft daarmee de internationale uitspraak in het Forstater arrest dat een genderkritische opvatting wel degelijk een politieke opvatting is, die “worthy is of respect in a democratic society” volledig naast zich neergelegd. Wil je de overwegingen van het College lezen? Kijk dan hier.

Zelf interesseren hun afwegingen mij eigenlijk niet.

Het enige wat telt, is dat ze me in de kou laten staan en mij, als feministe die voor vrouwenrechten en de biologische realiteit opkomt, weigeren te beschermen.

Sinds 2018 voer ik deze strijd zonder bescherming, terwijl ik te maken kreeg met diverse vormen van agressie. Lees hier in het stuk De grensoverschrijdende intimidatie door transactivisten van Maaike van Charente over de agressie waarmee ik te maken kreeg in mijn persoonlijke leven en werk.

Ik heb mijn best gedaan om bescherming te krijgen tegen de verschillende vormen van agressie waar ik mee te maken kreeg door me uit te spreken voor de rechten van vrouwen en meisjes. Zo deed ik diverse aangiften vanwege bedreiging, vandalisme en belasteren van mijn bedrijf.

Niets leidde tot vervolging.

Ik heb nu vier keer in een openbare zitting gevraagd om bescherming:

  1. Bij de Raad voor de Journalistiek diende ik een klacht in nadat de Volkskrant mij en Voorzij had zwart gemaakt. De klacht werd afgewezen.
  2. Ik spande een kort geding aan wegens smaad/laster tegen iemand die mijn integreiteit en de kwaliteit van mijn werk als coach en opleider (dat niets te maken heeft met mijn standpunten over vrouwenrechten) belasterde op LinkedIn.
    De rechtbank Amsterdam wees het af, ik moest de kosten van de tegenpartij betalen. Het geld werd via crowdfunding bij elkaar gebracht.
  3. In hoger beroep bevestigde het Hof Amsterdam dat de manier waarop ik mijn opvattingen uit (ook al val ik niemand persoonlijk aan en vallen ze volledig binnen mijn vrijheid van meningsuiting) doordat anderen ze als pijnlijk ervaren, zij de vrijheid hebben om mij te besmaden en belasteren en ik geen bescherming verdien. Weer moest ik de kosten van de tegenopartij betalen, weer werd het geld via crowdfunding bij elkaar gebracht.
  4. En nu krijg ik geen bescherming van het College voor de Rechten van de Mens, nadat ik werd uitgesloten van een openbare bijeenkomst vanwege mijn standpunten over vrouwenrechten en mijn biologisch realisme dat mensen niet van geslacht kunnen veranderen.

Het is voor mij dus niet veilig om me op deze manier uit te spreken over mijn opvattingen gericht op de bescherming van vrouwen en meisjes.

De stress daarvan heb ik jarenlang gedragen.
Dat gaat nu niet meer.
Ik stop met dit, op dit moment onwinbare, gevecht.
Ik maak de beweging van het politieke naar het persoonlijke.
En focus me weer op mezelf en mijn werk als opleider en senior trauma-coach.
Het transformerende en opbouwende van dat werk geeft mij voeding en voldoening. Dat is waar ik op dit moment behoefte aan heb.

Het voorzitterschap van de Stichting Voorzij wordt daarom een voorzitterschap op afstand. Waarin ik anderen stimuleer om bijdragen te leveren. En zelf veel minder verantwoordelijkheid neem voor uitvoerende taken.

Het besluit van het College voor de Rechten van de Mens sterkt me in mijn beslissing om mijn focus ergens anders te leggen en uit het gevecht te stappen.

Caroline Franssen