Onderzoek naar puberteitsremmers niet objectief, oordeelt hoogleraar

Onderzoek naar puberteitsremmers niet objectief, oordeelt hoogleraar

Hoogleraar prof. dr. Lodewijk Smeehuijzen geeft een vernietigend oordeel over de opzet van het onderzoek naar puberteitsremmers door de gezondheidsraad in een artikel in het Nederlands Juristen Blad (19-12-2025) .

“De commissie telt twaalf leden, van wie er zes direct of indirect betrokken zijn of waren bij het voorschrijven of toedienen van ouberteitsremmers en cross-seksehormonen.toedienen” schrijft Smeehuijzen.

Het onderzoek dat de Gezondheidsraad laat uitvoeren naar de effecten van puberteitsremmers, heeft dus een extreem hoog ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’-gehalte. Het is onmogelijk dat mensen die in het vakgebied werken een objectief oordeel kunnen geven over hun eigen werk. Kritische buitenstaanders en extra juristen zijn niet benoemd.

Smeehuijzen schrijft ook dat in het onderzoek “Het perspectief van de grootste risicogroep – jongeren die bij een onjuiste interventie levenslang schade kunnen ondervinden- structureel onderbelicht blijft.

Geloofwaardigheid aangetast
“Op het eerste gezicht is het in de afgelopen twee jaar met de toenemende twijfel over het Dutch Protocol zo gelopen als men zou hopen: signalering, advies, herijking. De vorm klopt. Over de inhoud valt te twijfelen.
De Gezondheidsraad heeft thans het voortouw, maar de geloofwaardigheid van de Commissie wordt aangetast door belangenverstrengeling en juridische ondervertegenwoordiging (paragraaf 3). Bovendien blijkt het reguleringsklimaat waarbinnen de oordeelsvorming zou moeten plaatsvinden in een reeks van opzichten problematisch (paragraaf 4). Een onderzoeksopzet die hiermee geen rekening houdt, zal betrouwbare noch gezaghebbende resultaten opleveren.”

Scheiden behandelpraktijk en beoordeling
“Voor een geloofwaardig oordeel is daarom een procedure vereist die institutionele afstand, disciplinaire breedte en transparantie waarborgt. Dat is geen technisch detail maar een normatief uitgangspunt: in een domein waar wetenschap, praktijk en beleidsvorming zo nauw in elkaar grijpen, kan een herijking alleen gezag hebben wanneer de structuur van de oordeelsvorming onafhankelijkheid niet alleen veronderstelt, maar ook zichtbaar maakt. Wat in dit geval ontbreekt, is precies dat: een proces waarin uitvoeringspraktijk en beoordeling gescheiden zijn, waarin generalistische en vakoverstijgende expertise daadwerkelijk een plaats hebben, en waarin alternatieve perspectieven niet door institutionele druk worden uitgesloten. Zonder zulke procesmatige waarborgen blijft elke inhoudelijke herbezinning kwetsbaar.

Zichtbare institutionele afstand
Juist waar het gaat om interventies die onomkeerbaar ingrijpen in de ontwikkeling van minderjarigen, is een beoordeling met zichtbare institutionele afstand tot de uitvoeringspraktijk een rechtsstatelijke vereiste.” stelt Smeehuijzen in het artikel in het Nederlands Juristenblad..

https://www.njb.nl/media/qrfbgd1l/njb40_de-gezondheidsraad-en-het-reguleringsklimaat-rond-puberteitsremming-bij-minderjarigen.pdf