Uitspraak Hof in smaadzaak schiet op meerdere fronten tekort

Uitspraak Hof in smaadzaak schiet op meerdere fronten tekort

Het Gerechtshof Amsterdam heeft mij in het ongelijk gesteld in het hoger beroep dat ik aanspande in de smaadzaak tegen transactivist Tijn de Jong. Hieronder een gastbijdrage

Het hof stelt in feite: als je je fel uitspreekt over transactivisme, dan mag de tegenpartij jou publiekelijk uitschelden, framen als levensgevaarlijk, je therapeutische beroep diskwalificeren en oproepen tot reputatievernietiging en dat alles onder het mom van “vrijheid van meningsuiting”.

Maar deze uitspraak schiet juridisch tekort op meerdere fronten (voor zover ik het zie, als niet-jurist) :

Asymetrie is geen debat
Gelijke wapens?
Miskenning van ongelijkheid.
Het hof stelt dat beide partijen “even hard” meedoen aan het debat. Maar dat is onhoudbaar. Jij uit je mening in algemene zin, [geïntimeerde] richt zich doelbewust op je persoon, beroep en inkomsten. Het hof gaat volledig voorbij aan deze structurele asymmetrie.
→ Cassatiegrond: ondeugdelijke belangenafweging en schending art. 8 EVRM. Geen inhoudelijke toets van kwalificaties.

Reputatievernietigende kwalificaties
Woorden als “racist”, “levensgevaarlijk”, “TERF”, “moet uit haar beroep worden gezet” zijn geen debatbijdragen. Het zijn reputatievernietigende kwalificaties. Het hof noemt deze termen wel, maar toetst ze niet afzonderlijk op noodzakelijkheid of proportionaliteit.
→ Cassatiegrond: schending toetsingsplicht bij beperking grondrechten.

LinkedIn vs X
LinkedIn = professionele context, géén debatpodium. De aanval vond plaats op een platform dat je gebruikt voor jouw beroep. Het hof vindt dat “niet onnodig grievend”, omdat ze elders ook kritisch is. Maar dat is geen rechtvaardiging voor persoonlijke beschadiging in haar professionele ruimte.
→ Cassatiegrond: onbegrijpelijke motivering, gebrek aan evenredigheidstoets.

Reputatieschade niet serieus genomen
Jij stelde verlies van cliënten, angst, intimidatie. Het hof doet daar niets mee, anders dan stellen dat er “onvoldoende gewicht” aan wordt gehecht.
→ Cassatiegrond: gebrekkige motivering schending art. 8 EVRM.

Preventieve bescherming onterecht afgewezen
Het hof weigert een verbod op herhaling, terwijl er aantoonbaar sprake is van een patroon van herhaalde aanvallen. Het stelt simpelweg dat dit niet nodig is.
→ Cassatiegrond: motiveringsgebrek en foutieve toepassing toets censuurverbod vs. bescherming.

Samenvattend
Het hof heeft het juridische kader van art. 10 EVRM toegepast, maar zonder toepassing van de waarborgen die bij botsing met art. 8 EVRM vereist zijn. Geen proportionaliteitstoets, geen inhoudelijke afweging per uiting, geen bescherming van beroepsintegriteit.

Ideologisch gedreven rechtsvinding
Dit is geen neutrale uitspraak. Dit is ideologisch gedreven rechtsvinding die vrijheid van meningsuiting voor de één functioneel oprekt en voor de ander weglaat, en het beroep van de aanklager onbeschermd laat.

Precedent
Als dit niet gecorrigeerd wordt in cassatie, is dit een precedent.
En dan geldt vanaf nu inderdaad: Wie zich publiek uitspreekt tegen genderbeleid, verliest zijn beroep.
De rechter noemt dat vrijheid van meningsuiting, maar niet voor jou.

De uitspraak van het Hof is hier te vinden.

———————–

Cassatie?
Hoewel de auteur van dit stuk allerlei cassatiegronden ziet, heb ik nog in overweging of ik inderdaad in cassatie zal gaan. Dat wordt een kostbare aangelegenheid, want een cassatieadvocaat is duur.

Er is al zo’n €2.000 euro nodig om een mogelijk cassatieverzoek door een cassatieadvocaat op zijn merites te laten beoordelen.

Steun mij
Wil je me steunen? Je kunt rechtstreeks geld overmaken naar mijn bankrekening NL61 ASNB 0707 7698 76, tnv Caroline Franssen, Culemborg. Zet je erbij of het is ter persoonlijke waardering of om de cassatieadvocaat te betalen?

Je kunt ook een bedrag overmaken via onderstaand tikke.

Als je structureel wilt bijdragen, kan dat via Backme voor